Wat leren de kinderen van groep 4 deze periode?

Rekenen:

 

Blok B1

week 1:

·         Je rekent plussommen en minsommen over het tiental.

·         Je leert de tafel van 4.

·         Je rekent handig hoeveel pakken er in de doos zitten.

·        Je oefent de 10- sprong.   23 + 10=                    63 – 10=

 

week 2:

·         Je rekent plussommen en minsommen over het tiental uit.

·          Je leert slimme manieren om de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10 uit te rekenen.

·         Je oefent met inhoud. Je leert wat een liter is.

·         Je oefent de 10- sprong.

week 3:

·         Je oefent met sprongen vooruit op de getallenlijn

43→ 53→      63

·         Je oefent slimme manieren om de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10 uit te rekenen.

·         Je rekent met geld. Wat je koopt moet je gepast betalen.

·         Je oefent met sprongen terug op de getallenlijn

37← 47← 57

week 4:

·         Je maakt plussommen tot en met 100. Je gebruikt de getallenlijn.

·         Je zoekt de keersom in het plaatje.

·         Je gaat puzzelen met een tangram.

·        Je maakt minsommen tot en met 100. Je gebruikt de getallenlijn

Taal:

Blok 1:

·         Je gaat woorden bouwen. Je leert tien nieuwe woorden.

·         Je leert een verhaal voorlezen.

·         Je leert dat je soms met plaatjes beter woorden kunt uitleggen.

·         Je leert een verhaal schrijven. Je leert woordparen maken. Je leert tien nieuwe woorden.

·         Je leert een gedicht voordragen.

·         Je denkt na over hoe mensen praten. Je leert hoe je iets kunt vragen.

·         Je gaat een gedicht schrijven.

·         Je gaat nieuwe woorden bouwen en woordparen maken. Je leert tien nieuwe woorden.

·         Je leert een toneelstukje spelen.

·         Je ziet dat je op verschillenden manieren iets uit kunt leggen: met woorden, met plaatjes, met plaatjes en woorden en soms met gebaren.

·         Je gaat een toneelstukje schrijven.

 

Doelwoorden van de woordenschatlessen:

les 1

les 5

les 9

de bezemsteel

dreigen          

braaf

de draak

de dwerg

brutaal          

het grasveld

het elfje

de piraat

de kasteelpoort

de fee

schuilen

de puntmuts

de jonkvrouw

het verhaal

de ridder

de prins

vertellen

toveren             

de prinses

vluchten

de toverstaf

het sprookje

vuur spuwen

vals

de tovenaar

het woud

het zwaard

de zwerver

de zwaan

 

Spelling:

Blok 1:

R3: woorden op ~t en ~d

W1: woorden met ei

K11: woorden met eer, eur en oor

W2: woorden met ij

K12: woorden met meer medeklinkers

R3

W1

K11

W2

K12

het paard

de geit

de beer

de pijn

de straat

de staart

ik zei

de peer

blij

ik spring

het land

de reis

de deur

rijk

de korst

de krant

de eik

de scheur

jij bent

laatst

het sportveld

de wei

Het oor

hij is

de kunst

de goudvis

de klei

Het spoor

zij is

de wesp

 

Tekst toevoegen ...
deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl