Wat leren de kinderen van groep 5 deze periode? 

Rekenen:

Blok A2

Week 1:

·         Je plaatst getallen tot en met 1000 tussen twee honderdtallen

·         Je leert de tafel van 8

·         Je leert dat 1 kilometer 1000 meter is

·         Je oefent met moeilijke en makkelijke plus- en minsommen

 

Week 2:

  • Je oefent dat getallen uit honderdtallen, tientallen en eenheden bestaan
  • Je gebruikt keersommen bij uitrekenen van deelsommen. Je leert wat een deelteken is
  • Je leert wat een gram is. Je leert dat 1000 gram= 1 kilogram
  • Je leert welke rekensom verstopt zit in het verhaaltje

 

Week 3:

  • Je betaalt bedragen tot € 1000 gepast met zo weinig mogelijk briefjes en munten .
  • Je leert welke deelsom bij welke keersom hoort: 15:3=5  = 3x5=15
  • Je ontdekt dat iets er van bovenaf anders uitziet
  • Je maakt bedragen tot en met 1000 euro met briefjes van 100 en 10 en munten van 1 euro 

Taal:

Blok 2

  • Je leert dat op een tekening verschillende dingen worden uitgelegd.
  • Je leert hoe je aan informatie komt.
  • Je leert wat naamwoorden zijn. Je leert dat je er andere woorden voor kunt zeggen.
  • Je leert dat teksten overal zijn. Je leert dat deze teksten je iets vertellen.
  • Je leert het verschil tussen een kijkplaat en een strip .
  • Je leert wat je met informatie kunt doen.
  • Je leert dat naamwoorden er steeds anders uit kunnen zien.
  • Je leert een bijschrift maken.
  • Je leert wat een pictogram is.
  • Je leert dat je verschillende plaatjes kunt gebruiken om te vertellen.
  • Je leert geheimschrift oplossen en schrijven.
  • Je leert dat elke tekst zijn eigen plekje heeft. 

 

 

Doelwoorden van de woordenschatlessen:

les1

les 5

les 9

de fazant

de bult

de dons

de kudde

de chimpansee

het gaas

de manen

de dromedaris

de opmerking

de neushoorn

in het wild

de ren

de panter

de jeuk

het stro

de prooi

de kameel

de tralies

de ravijn

op jacht

verzorgen

het roofdier

slingeren

het voer

verscheuren   

tam

weigeren        

verslepen

verhongeren     

het ijzerdraad

 

Spelling:

Blok 2

R9: Woorden met een dubbele medeklinker

W3: Weetwoorden met ou

W4: Weetwoorden met au

K16: Woorden met ng en nk

Woorden van de week:

R9

W3

W4

K16

de bakker

de schouder

de auto

de jongen

de vlammen

het gebouw

de klauw

springen   

de stemmen

bouwen        

de pauze

zingen

de komma

koud

augustus  

de winkel

liggen

goud

lauw

drinken

bukken         

trouwen

kauwen

donker

 

Bij les 6 herhalen:

K14: woorden met -cht

 

de nacht

recht      

echt

dicht

de lucht

het licht

 

 

Tekst toevoegen ...
deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl