Rekenen​:


Wat leert groep 7 de aankomende weken:

Blok 3 week  1 t/m 4

- je leert vermenigvuldigen en delen van geldbedragen en cijferend aftrekken

- je leert temperatuurverschillen uit te rekenen (kommagetallen)

- je leert breuken gelijkwaardig (gelijknamig) te maken:

½  + ¼ = 2/4 + ¼ = ¾

- je leert de juiste lengtemaat te kiezen (wanneer gebruik je cm, dm of m?)

- wat betekenen de kommagetallen bij meten?

21,5 km = 21 km en 5 hm

- we oefenen handig vermenigvuldigen met geldbedragen:

…. X € 3,75 = € 7,50

…. X € 3,75 = € 15,00

- je leert schattend vermenigvuldigen van grote getallen:

52 x 790 = ong 50 x 800 = 40000

- je leert rekenen met briefjes en munten van geld

- je verkent de getallen tot 1000000

- je leert kommagetallen op volgorde te zetten (tip; zet achter de komma evenveel getallen)

- je leert inhouden bij elkaar op te tellen

- je leert de oppervlakte van regelmatige en onregelmatige figuren te bepalen

- je leert verhoudingen met verhoudingstabellen uit te rekenen en je leert wat verhoudingen en breuken met elkaar te maken hebben

- je leert cijferend vermenigvuldigen (15 x 28). De tiental komt er nu bij.

- je leert handig optellen van getallen tot 10000 (23 + 39 = 23 + 40 – 1)

- de procenten worden geïntroduceerd

- je oefent met rekenen met tijd

- je gaat een afstand-tijdgrafiek aflezen en interpreteren

- je leert het gemiddelde uit te rekenen

- je oefent handig vermenigvuldigen (8 x 35 = 4 x 70)

- je leert delen op een verkorte manier

- je leert korting te berekenen met procenten

- je gaat gewichten herleiden (kilo-gram)

- je leert de juiste afmetingen bij lengte te kiezen (wanneer gebruik je cm, dm , m, enz.)

- je leert een som uit de context te halen


Wat leert groep 8 de aankomende weken:

Blok 3 week 1 t/m 4

 

- je oefent cijferend optellen tot 100.000

- je leert grote getallen afronden op 100.000 en op 2 manieren noteren en uitspreken:

2408000 = 2400000 = 2,4 miljoen

- je oefent met het vereenvoudigen van breuken 15/20 = ¾

- je leert ongelijknamige breuken optellen en aftrekken:

1/3 + ¼ = 4/12 + 3/12 = 7/12

5 – ½ = 4 ½

2/3 – 1/5 = 10/15 – 3/15 = 7/15

- je oefent rekenen met data

- je bepaalt de oppervlakte door af te ronden:

2,8 dm x 5,1 dm is ongeveer 3 dm x 5 dm = 15 dm2

- je oefent met het aflezen van een afstandstabel

- je oefent met procenten: 19% van € 405,75 =

- je leert cijferend vermenigvuldigen met een honderdtal: 63 x 521 =

- je oefent met het uitrekenen van het gemiddelde

- je herhaalt schaal

- je leert handig te rekenen:

8 x 3 =

8 x 300 =

8 x 0,3 =

- je oefent met optellen en aftrekken van kommagetallen:

0,5 + 0,44 =

2,55 + 35 + 102 =

10,5 – 3,48 =

- je oefent delen met rest; hoofdrekenend en met het rekenmachientje

- je leert het totaal uit te rekenen n.a.v. een gegeven percentage:

20% is €25,00       hoeveel is 100%

- je leert inhoudsmaten  te vermenigvuldigen

- je leert een afstand-tijdgrafiek af te lezen, te interpreteren en te maken

- je leert verschillende gewichtsaanduidingen; 0,193 kg is bijna 2 ons

- je leert hoe je percentages op een rekenmachientje uit kan rekenen

- je leert delen met breuken; wat is de helft van ½ liter?

- je leert puntcoördinaten af te lezen en te tekenen binnen een assenstelsel

- je oefent getallen af te ronden op tienden, honderdsten en helen

 

 

deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl