Rekenen​:


Wat leert groep 7 de aankomende weken:

Blok 1 week  1 t/m 4

- je leert vermenigvuldigen en handig te rekenen met geld

- je leert cijferend optellen en aftrekken tot 10.000

- je leert breuken: welk deel is het van het geheel? Ik heb 100 dozen, 25 zijn er open. Welk deel is dat? 1/4

- je leert rekenen met tijd en tijdsduur

- je leert de relatie tussen de verschillende lengtematen.  Introductie van de decameter (dam)

 (km-hm-dam-m-dm-cm-mm)

- je leert schattend optellen van geldbedragen

- je leert optellen, aanvullen en aftrekken tot 100.000

- je leert handig te rekenen met vermenigvuldigen: 8 x 15 = 4 x ….

- je leert twee cijfers achter de komma bij geldbedragen en maten

- je leert breuken kleiner dan 1 te vergelijken: welk deel is groter? 1/3 of ¼?

- je leert geld in te wisselen: 20 briefjes van € 5,00 is 1 briefje van ….

- je leert de oppervlakte uit te rekenen door l x b en de omtrek door (2 x l) +( 2 x b)

- je leert rekenen met geboortedata en met tijd en tijdsduur

- je leert aftrekken met geldbedragen (korting)

- je leert cijferend vermenigvuldigen

- je leert getallen op een getallenlijn te plaatsen

- je oefent met lengtematen

- introductie van de dm3 (kubieke decimeter = 1 liter)

- je leert handig te vermenigvuldigen met geld: 3 x € 2,95 = 3 x € 3,00 - € 0,15

- je leert aanbiedingen te vergelijken met een verhoudingstabel

- je leert delen; herhaald aftrekken

- je leert met breuken: 3/10 deel van 100m =

- je leert kommatgetallen met 2 cijfers achter de komma te vergelijken

- je herleid lengtematen

- je leert spiegelen

- je bedenkt sommen bij een antwoord


Wat leert groep 8 de aankomende weken:

Blok 1 week  1 t/m 4

- je leert getallen rond 1 miljoen uit te spreken en te schrijven

- je leert rekenen met 1 miljard

- je leert helen uit breuken te halen: 5/4 = 1 ¼ en je leert het andersom 1 3/5 = 8/5

- je leert breuken gelijknamig te maken: 5/8 + ¾ = 5/8 + 6/8 = 11/8 = 1 3/8

- je leert rekenen met gewichten, met en zonder kommagetal (hoeveel bakjes van 250 gram passen er in 2,5 kilo?)

- we herhalen  alle lengtematen (km-hm-dam-m-dm-cm-mm)

- je leert rekenen met verhoudingen (verhoudingstabel gebruiken); appels kosten € 2,50 per kilo, wat kost 1,5 kilo?)

- je leert schattend vermenigvuldigen (wanneer moet je iets precies uitrekenen en wanneer kan je schatten? Hoe rond je een kommagetal af?)

- we herhalen het cijferend vermenigvuldigen en het cijferend optellen

- je leert breuken te vermenigvuldigen: 7 x ½ =

- we herhalen de tijdseenheden

- je gaat grafieken aflezen en interpreteren (liggend staafdiagram)

- je oefent met omtrek, oppervlakte en inhoud. Je leert de trap van mm naar km, van mm2 naar km2 en van mm3 naar km3 en oefent met het omzetten van maten.

- je rekent het gemiddelde uit, ook met kommagetallen

- je leert het verschil uitrekenen tussen getallen met en zonder komma (verschil tussen 5,725 kg en 6 kg)

- je leert aan de hand van een cirkeldiagram de relatie leggen tussen breuken, kommagetallen en verhoudingen (1/4 = 0,25 = 1 op de 4)

- je zoekt plattegronden en huizen bij elkaar en je berekent oppervlakte en schaal

- je zoekt het goede antwoord bij verhaaltjessommen

- je weet dat “milli” 1/1000 is, “centi” 1/100 en “deci” 1/10.


deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl