Spellingscategoriën

Voor het overzicht van alle spellingscategoriën van Spelling In Beeld. Klik hier!

Wat leert groep 7 de aankomende weken:

blok 4:

 

Les 1 WW12

- je leert de verleden tijd van regelmatige werkwoorden (regelmatige werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de verleden tijd (vt) op –de(n) of –te(n) eindigt.

 

Regelmatige werkwoorden hebben 5 persoonsvormen. De vt  eindigt op –de(n) of –te(n).:

1. ik voel

2. hij voelt

3. wij voelen

4. ik voelde

5. wij voelden

 

1. ik pak

2. hij pakt

3. wij pakken

4. ik pakte

5. wij pakten

 

De(n) of te(n) schrijf je altijd achter de ik-vorm van de tt.

In de vt is de hij- vorm altijd gelijk aan de ik-vorm.

 

Bij onregelmatige werkwoorden verandert in de vt de klank:

Ik zwem – ik zwom

Ik roep – ik riep

 

 

Les 2 W13

 

- je leert acht woorden met th

 

De thermoskan

De apotheek

De discotheek

De videotheek

De marathon

De methode

katholiek

enthousiast

 

 

Les 3 WW13

- je leert dat je ’T KoFSCHiP gebruikt bij de verleden tijd van regelmatige werkwoorden.

Krijgt een regelmatig werkwoord in de vt nu –te of –de?

 

Kijk naar het hele werkwoord (woordenboekvorm). Staat voor –en een medeklinker uit

 

’T KoSCHiP? Dan schrijf je –te. Anders schrijf je –de.

 

Zetten – ik zette

Maken – ik maakte

Boffen – ik bofte

Wassen – ik waste

Lachen- ik lachte

Hopen – ik  hoopte

 

Anders krijg je –de

 

Halen – ik haalde

Roeien – ik roeide

 

 

Les 4 W18

 

- je leert acht woorden met y

 

De Y (Griekse ij) aan het eind van een woord klinkt altijd als /ie/;

Baby, pony, jury.

 

De y in het midden van een woord klinkt soms als /ie/ en soms als /i/;

/ie/: dynamo, systeem

/i/: gymnastiek, sympathiek

 

Let op het woord pyjama; na de y komt een j

 

De dynamo

De gymnastiek

gymmen

Het systeem

De pyjama

De hyacint

hypnotiseren

typisch

 

 

Les 5 WW14

 

- je leert de vt van regelmatige werkwoorden die eindigen op –ven en –zen

 

Let op met werkwoorden met –ven en –zen in de woordenboekvorm (het hele werkwoord). Voor het stukje –en staat een v of een z. Deze letters ( v en z) staan niet in ’T KoFSCHiP. Dus schrijf je in de vt –de of –den.

Durven – ik durf – ik durfde

Reizen – ik reis – ik reisde

 

Let op: je schrijft de(n) achter de ik-vorm van de tegenwoordige tijd. En die eindigt gewoon op een f of s.

 

Leven – ik leef ik leefde

Razen – ik raas – ik raasde

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De taxi

De kiwi

De ski

 

De macaroni

De tosti

De bikini

 

 

 

 

De kwaliteit

De spaghetti

De machine

De fabrikant

De dirigent

De macaroni

De kantine

muzikaal

 

De tribune

politieke

De lucifer

De kritiek

De sirene

De minister

De directeur


positief

 

 

                                              

 

            

 

 

 

uitlegkaarten klik hier
groep 7 blok 1.pdf
groep 7 blok 2.pdf
groep 7 blok 3.pdf
groep 7 blok 4.pdf


Wat leert groep 8 de aankomende weken:

 

 

 

 

Spelling:

 

Blok 4:

 

Les 1 WW19:

- je oefent met bijvoeglijke naamwoorden die zijn afgeleid van deelwoorden

Als bijvoeglijke naamwoorden afgeleid zijn van deelwoorden dan gelden de gewone spellingregels. Maar eindigt een deelwoord op  –en, dan blijft  –en in het bijvoeglijk naamwoord staan.

 

De papieren zijn geprint.              de geprinte papieren

De straat is verbreed.                    de verbrede straat

De bank is versleten.                     de versleten bank

 

Les 2 W22:

- je oefent met struikelblokken (woorden waarin veel fouten worden gemaakt).

Bijvoorbeeld:

hopelijk

origineel

De verrassing

hartstikke

De sieraden

onmiddellijk

interessant

stiekem

Het interview

De burgemeester

schminken

De motor

De erwten

De vondst

De elektriciteit

De puberteit

 

 

 

les 3 R28:

- je oefent met bijvoeglijke naamwoorden op  –e en  –en.

Bijvoeglijke naamwoorden eindigen op  -e. Maar stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden (vertellen waar iets van gemaakt is) eindigen op  -en.

 

het ijzeren hek                 het handige meisje

de rieten mand                de arme jongen

 

les 4 W23:

- je leert struikelblokken (woorden waarin veel fouten worden gemaakt):

 

De kangoeroe

Het apparaat

De pyjama

De helikopter

De pannenkoek

De e-mail

sms’en

goochelen

misschien

De sperzieboon

Het litteken

Het porselein

faliekant

De papegaai

Het uittreksel

achttien

 

 

 

 

les 5 K33:

- je leert woorden op  –iaal, -ieel, en  –ueel.

Je hoort aan het eind van een woord /iejaal/, /iejeel/, /uuweel/.

Je schrijft  -iaal, -ieel, -ueel.

Het materiaal

De liniaal

speciaal

officieel

officiële

eventueel

Het filiaal

geniaal

sociale

financieel

financiële

essentieel

actueel

individuele

virtueel

 

 

uitlegkaarten klik hier: 
groep 8 blok 1.pdf
groep 8 blok 2.pdf
groep 8 blok 3.pdf
groep 8 blok 4.pdf




deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl