Spellingscategoriën

Voor het overzicht van alle spellingscategoriën van Spelling In Beeld. Klik hier!

Wat leert groep 7 de aankomende weken:

blok 3:

 

Les 1 K28:

- je leert woorden met de klank /zj/ die als g geschreven wordt

De klank /zj/ hoor je vooral in woorden die uit het Frans komen; bagage, garage, etage

Sommige woorden op –age  zijn afgeleid van werkwoorden. –age is dan een vast stukje

Lekken – lekkage

Spioneren – spionage

 

De courgette

De asperge

De bagage

De giraf

De aubergine

Het horloge

De etalage

De passagier

logeren

De garage

De rage

De stage

De etage

De manege

De lekkage

De tatoeage

De slijtage

De centrifuge

 

 

 

Les 2 W10:

- je leert weetwoorden met de i die als ie klinken:

 

Hoor je /ie/ aan het eind van de woord, dan schrijf je meestal –ie. Onthoud de woorden met een -i

 

De taxi

De kiwi

De ski

 

De macaroni

De tosti

De bikini

 

 

De namen van sommige maanden eindigen ook op –i: januari, februari, juni en juli

 

De kwaliteit

De spaghetti

De machine

De fabrikant

De dirigent

De macaroni

De kantine

muzikaal

 

 

Les 3 R17:

- je oefent met bijvoeglijke naamwoorden. Bijvoeglijke naamwoorden zeggen iets over het zelfstandig naamwoord.

 

Als je een bijvoeglijk naamwoord langer maakt hoor je een /u/, je schrijft e:

 

Scherp – scherpe messen

Moeilijk – moeilijke sommen

Spaans – Spaanse wijn

 

Sommige bijvoeglijke naamwoorden zijn afgeleid van aardrijkskundige namen. Die schrijf je met een hoofdletter.

Franse kaas

Amsterdamse grachten

Limburgse vlaai

 

 

Les 4 W10:

- je leert acht weetwoorden met de i die als ie klinken:

 

Hoor je /ie/ aan het eind van de woord, dan schrijf je meestal –ie. Onthoud de woorden met een -i

 

De tribune

politieke

De lucifer

De kritiek

De sirene

De minister

De directeur

positief

 

 

Les 5 K29:

- je leert bijvoeglijke naamwoorden met het vaste stukje –isch(e):

 

Je hoort een bijvoeglijk naamwoord op /ies/, je schrijft –isch(e)

 

 

elektrisch

logisch

tropische

 

technisch

fantastische

historische

 

 

 

uitlegkaarten klik hier
groep 7 blok 1.pdf
groep 7 blok 2.pdf
groep 7 blok 3.pdf


Wat leert groep 8 de aankomende weken:

 

Spelling:

 

Blok 3

 

Les 1 R25

Je oefent met samenstellingen met de tussenklank /u(n)/

Een samenstelling bestaat uit twee delen. Elk deel heeft een eigen betekenis. Hoor je in een samenstelling de klank /u/, kijk dan naar het linkerdeel.

Is het linkerdeel een woord dat zelf op een e of en eindigt, dan hoor je geen tussenklank. Dan schrijf je de woorden gewoon aan elkaar.

Mode + show = modeshow

Regen + jas = regenjas

 

Hoor je na het linkerdeel de tussenklank /u(n)/, dan schrijf je  en.

Hond + hok = hondenhok

Kip + ei = kippenei

 

Woorden van de week:

Het hondenhok

Het kippenei

De boekenbon

De modeshow

De secondewijzer

De torenspits

 

Les 2 W10

Hoor je aan het eind van een klankgroep  /ie/ ? Dan schrijf je soms  ie, soms i.

Onthoud de woorden met een i.

 

De i van kwaliteit klinkt hetzelfde als de ie van vliegen. Woorden met /ie/ zijn daarom geen klankwoorden.

 

Hoor je /ie/ aan het eind van een woord, dan schrijf je meestal ie.

Onthoud de woorden met –i, zoals:

taxi, macaroni, kiwi, tosti, ski, bikini.

 

Ook de namen van de maanden eindigen op i:

januari, februari, juni

 

januari

februari

De benzine

De vitamine

Het jubileum

De kandidaat

De regisseur

De spinazie

Amerika

De sigaret

De invalide

De pantomime

De filosofie

profiteren

horizontaal

verticaal

 

 

les 3 R26

Je leert dat er uitzonderingen zijn op de regel; samenstellingen met de tussenklank –u(n) R25.

Op kaart R25 heb je geleerd:

a. als het linkerdeel op e eindigt, schrijf je geen n (mode show = modeshow). Maar als dat een persoon is, schrijf je wel en:

zieke – ziekenauto

 

b. hoor je de tussenklank /u/, dan schrijf je en. Maar je schrijft e als het linkerdeel:

1. een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord is: huilebalk, verrekijker

2. een zelfstandig naamwoord zonder meervoud op –en is: snottebel, rijstebrij

3. het woord zon, maan of Koningin is: zonnebloem, maneschijn, Koninginnedag

4. een zelfstandig naamwoord is dat een bijvoeglijk naamwoord versterkt: apetrots, beregoed, reuzefijn

 

Het ziekenhuis

De verrekijker

De zonnebril

De maneschijn

De Koninginnedag

apetrots

De invalidenauto

De huilebalk

Het platteland

knarsetanden

De snottebel

beregoed

 

 

les 4 W27

Je leert woorden met een lange klinker die als een korte klinker  klinkt.

 

In sommige woorden hoor je een  /a/  of /o/ aan het eind van de eerste klankgroep. Toch komt daarna één medeklinker. Onthoud die woorden.

Soms spreek je sommige woorden met een a in de eerste klankgroep uit als /a/  of als /aa/. Zo kun je karate als /a/  of  /aa/  uitspreken. Maar je schrijft karate altijd met één r. Onthoud deze woorden.

 

De acrobaat

De abonnee

De amateur

De ananas

Het atelier

De tatoeage

De dromedaris

De omelet

agressief

De papegaai

De karavaan

De katapult

De kapitein

De kameraad

origineel

oriënteren

Het alarm

apart

De arena

De banaan

De kameel

Het kanon

kapot

De karate

 

 

les 5 R27

Woorden met een tussenklank /u(n)/: overzicht

 

Hoor je in een lang woord de tussenklank /u/, bedenk dan eerst: is het een samenstelling of niet!!

 

1. Is het geen samenstelling?

Dan schrijf je e: vriendelijk, hopeloos

 

2. Is het wel een samenstelling?

Kijk dan naar het linkerdeel. Op kaart R25 heb je geleerd:

a. is het linkerdeel een woord op –e of –en? Dan is er geen tussenklank. Je schrijft de woorden gewoon aan elkaar: hittegolf, regenjas

b. hoor je een tussenklank /u/? Dan schrijf je en: hondenhok, vissenkop

 

Uitzonderingen staan hierboven bij R26

 

vriendelijk

De vriendenclub

De visserij

De vissenkop

hartelijk

De hartenwens

kleverig

De slimmerik

tijdelijk

slapeloos

vruchteloos

De vruchtenyoghurt

De garagedeur

De klassenleraar

De krokodillenstaart

 

 

 

uitlegkaarten klik hier: 
groep 8 blok 1.pdf
groep 8 blok 2.pdf
groep 8 blok 3.pdf





deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl