Spellingscategoriën

Voor het overzicht van alle spellingscategoriën van Spelling In Beeld. Klik hier!

Wat leert groep 7 de aankomende weken:

blok 1:

 

Les 1 R11:

- je oefent met woorden met meer klankgroepen:

* Wat hoor je aan het eind van een klankgroep?

 

Vaste stukjes schrijf je altijd zo:

Ge-, be-, ver-, -lijk, -ig

 

Hoor je aan het eind een lange klinker? Dan schrijf je 1 klinker en 1 medeklinker.

betalen

Hoor je aan het eind een korte klinker? Dan schrijf je 1 klinker en 2 dezelfde medeklinkers.

vertellen

 

Hoor je aan het eind  een medeklinker of tweetekenklank? Dan schrijf je wat je hoort.

bezorgen

bedoeling

 

Les 2 W1:

- je leert acht weetwoorden met ei:

 

Het terrein

allebei

eisen

bereiken

De steile berg

De reiger

eindelijk

De opleiding

 

 

Les 3 W9:

- je oefent met  de drie persoonsvormen van werkwoorden

In de tegenwoordige tijd heeft een werkwoord drie persoonsvormen:

 

Ik loop                                                                               ik vind

Jij loopt                                                                             jij vindt

Loop jij?                                                                            Vind jij?

Hij loopt                                                                           hij vindt

Wij lopen                                                                         wij vinden

 

Loop, loopt en lopen                                                     vind, vindt en vinden

 

De persoonsvorm met jij is de ik-vorm of hij-vorm:

Jij ervoor? Hij-vorm: jij loopt

Jij erachter? Ik-vorm: loop jij?

 

Twijfel je of er een t bijkomt? Vul lopen in.  (hij loopt, dus ook hij vindt)

 

 

Les 4 W2:

- je leert acht weetwoorden met ij:

 

De woestijn

De bakkerij

twijfelen

tijdelijk

De batterij

De vijand

terwijl

vrijwillig

 

 

Les 5 R19:

- je oefent met lange woorden:

1. Is het een samenstelling? Schrijf die lossen woorden achter elkaar op.

De kastdeuren

De boekwinkel

De nachttrein

Opbellen

 

2. Zitten er vaste stukjes in het woord? Die schrijf je altijd hetzelfde (be, ge, ver, lijk, ig)

De vergadering

De verbinding

De bedoeling

gemakkelijk

 

3. Hoe schrijf je de andere klankgroepen? Zie ook R11

uitlegkaarten klik hiergroep 7 blok 1.pdf


Wat leert groep 8 de aankomende weken:

Spelling:

blok 1:

 

Les 1 R11:

- je oefent met woorden met meer klankgroepen:

* Wat hoor je aan het eind van een klankgroep?

 

Vaste stukjes schrijf je altijd zo:

Ge-, be-, ver-, -lijk, -ig

 

Hoor je aan het eind een lange klinker? Dan schrijf je 1 klinker en 1 medeklinker.

betalen

Hoor je aan het eind een korte klinker? Dan schrijf je 1 klinker en 2 dezelfde medeklinkers.

vertellen

 

Hoor je aan het eind  een medeklinker of tweetekenklank? Dan schrijf je wat je hoort.

bezorgen

bedoeling

 

Hoor je een stomme e?

Na een stomme e schrijf je geen dubbele medeklinker:

Wandelen

vertellen

 

Les 2 W1:

- je leert acht weetwoorden met ei:

 

dreigen

(voor)bereiden

allerlei

De steiger

scheiden

uitgebreid

kapitein

peil

 

 

Les 3 WW20:

- je oefent met  de vijf persoonsvormen van werkwoorden

Werkwoorden hebben vijf verschillende persoonsvormen; 3 in de tegenwoordige tijd (tt) en 2 in de verleden tijd (vt).

Ik loop

Hij loopt

Wij lopen

Ik liep

Wij liepen

Ik raad

Hij raadt

Wij raden

Ik raadde

Wij raadden

 

Tt: Twijfel je of er een t bijkomt , vul dan lopen in.  (hij loopt, dus ook hij vindt)

 

Vt: Regelmatige werkwoorden krijgen –de(n) of te(n). Staat in de woordenboekvorm voor –en een medeklinker van ’T KoFSCHiP? Dan schrijf je –te. Anders schrijf je –de. Dit schrijf je achter de ik-vorm.

 

Praten (voor –en staat een t, deze letter staat in ’t kofschip) – ik praat – ik praatte

Raden (voor –en staat een d, deze letter staat niet in ’t kofschip) – ik raad – ik raadde

Reizen (voor –en staat een z, deze letters staat niet in ’t kofschip) ik reis – ik reisde

 

 

Les 4 W2:

- je leert acht weetwoorden met ij:

 

De stijl

Het tapijt

Het ontbijt

strijden

Het gordijn

De azijn

Het bewijs

wijzigen

 

 

Les 5 R19:

- je oefent met lange woorden:

1. Is het een samenstelling? Schrijf die lossen woorden achter elkaar op.

De hoestdrank

De huissleutel

De nachttrein

doorrijden

 

2. Zitten er vaste stukjes in het woord? Die schrijf je altijd hetzelfde (be, ge, ver, on, ont, lijk, ig, isch. aar, loos, ier, atie, erij))

De vergelijking

De uitdaging

De verovering

fantastisch

 

3. Hoe schrijf je de andere klankgroepen? Zie ook R11

 

uitlegkaarten klik hier: groep 8 blok 1.pdf







deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl