Taal:

Wat leert groep 7 de aankomende weken:

BLOK 6

- je leert voorspellen wat woorden betekenen
- je leert 30 nieuwe woorden
- je leert je mening verdedigen met argumenten en je leert argumenten voor en tegen te gebruiken
- je leert het lijdend voorwerp te vinden in een zin:

wat (of wie) + gezegde + onderwerp = het lijdend voorwerp

Jan koopt een bal.
Wat koopt Jan? Een bal (bal is het lijdend voorwerp).

- je leert hoe je de hoofdgedachte van een tekst kunt bepalen.
- je leert hoe je de betekenis van uitdrukkingen kunt opzoeken
- je leert wat het meewerkend voorwerp is:

Het zinsdeel dat antwoord geeft op de vraag "aan wie" of "voor wie", dat noem je het meewerkend voorwerp.

Malika vraagt aan de agent de weg.

Aan wie vraagt Malika de weg? Aan de agent (= meewerkend voorwerp)

- je leert een inleiding en een slot schrijven
- je leert voorspellen, opzoeken en navragen wat spreekwoorden betekenen
- je leert debatteren
- je leert een tekst schrijven met een titel, een inleiding, alinea's en een slot

 

BLOK 7


- je leert woorden onthouden door een illustratie te maken
- je leert 30 nieuwe woorden
- je leert wanneer je aanhalingstekens, een dubbele punt, een puntkomma of een komma moet gebruiken
- je leert een tekst met een opsomming te schrijven
- je leert woorden te onthouden door er een tekst over te schrijven
- je leert hoe je de betekenis van uitdrukkingen kunt opzoeken
- je leert improviseren
- je leert wat een bepaling is (een zinsdeel) en dat een zin meerdere bepalingen kan hebben:
Een bepaling zegt iets over waarmee, wanneer, waar of hoe iets gebeurt. Het is het zinsdeel dat overblijft als je onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp hebt gezocht.

- je leert woorden uit te leggen door ze op verschillende manieren te presenteren (met bv een raadsel)
- je leert notities te maken tijdens het luisteren
- je leert een tekst te schrijven met een probleem en een oplossing


Woordenschat bij les 1, 5, en 9:

Les 1

Les 5

Les 9

- Het gewas

- De globe

- De handpalm

- De illustratie

- Het kunstwerk

- Opklaren

- Stampvol

- De uitrusting

- De wenteltrap

- Wieden

- De actrice

- De chaos

- De cursus

- De nieuweling

- Onderdrukken

- De schrijfster

- Uit alle macht

- Vakkundig

- Verplicht

- Volmaakt

- De basstem

- Kliederen

- De presentatie

- Privé

- Stamelen

- Teder

- Tenger

- Tieren

- Treuzelen

- Uitgestorven

 


 

 Wat leert groep 8 de aankomende weken:

BLOK 7

 - je leert woorden te onthouden door illustraties te maken of te zoeken

- je leert 20 nieuwe woorden

- je leert dat zinnen in verschillende tijden kunnen staan:

De voltooide tijd: hiervoor gebruik je “hebben” of “zijn”

De toekomende tijd: hiervoor gebruik je “zullen”

 

- je leert welke soorten opbouwen je voor een tekst kunt kiezen en je maakt een plan van aanpak

- je leert informatie vast te leggen in een schema of een inhoudsopgave

- je leert dat mensen soms iets anders zeggen dan ze bedoelen of denken. Je leert de begrippen ironie en sarcasme.

- je leert een tekst met een opbouw schrijven

 

 

 

Les 1

Les 5

De bijnaam

De concurrentie

De energie

De lekkernij

De schakelaar

sympathiek

de tatoeage

de traditie

virtueel

de wielerkoers

De abonnee

De bewering

improviseren

irritant

de locatie

(iemand) sparen

Het taboe

de toestemming

voortreffelijk

uitschakelen

 

 

           

 

                 




deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl