Taal:

Wat leert groep 7 de aankomende weken:

BLOK 7

- je leert woorden onthouden door een illustratie te maken
- je leert 30 nieuwe woorden
- je leert wanneer je aanhalingstekens, een dubbele punt, een puntkomma of een komma moet gebruiken
- je leert een tekst met een opsomming te schrijven
- je leert woorden te onthouden door er een tekst over te schrijven
- je leert hoe je de betekenis van uitdrukkingen kunt opzoeken
- je leert improviseren
- je leert wat een bepaling is (een zinsdeel) en dat een zin meerdere bepalingen kan hebben:
Een bepaling zegt iets over waarmee, wanneer, waar of hoe iets gebeurt. Het is het zinsdeel dat overblijft als je onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp hebt gezocht.

- je leert woorden uit te leggen door ze op verschillende manieren te presenteren (met bv een raadsel)
- je leert notities te maken tijdens het luisteren
- je leert een tekst te schrijven met een probleem en een oplossing

Woordenschat bij les 1, 5, en 9:

Les 1

Les 5

Les 9

- het gewas                           
- De globe
- De handpalm
- De illustratie
- Het kunstwerk
- Opklaren
- Stampvol
- De uitrusting
- De wenteltrap
- Wieden

- De actrice
- De chaos
- De cursus
- De nieuweling
- Onderdrukken
- De schrijfster
- Uit alle macht
- Vakkundig
- Verplicht
- volmaakt            

- De basstem              
- Kliederen
- De presentatie
- Privé
- Stamelen
- Teder
- Tenger
- Tieren
- Treuzelen
- Uitgestorven 
 

 

Wat leert groep 8 de aankomende weken:

BLOK 7

- je leert woorden te onthouden door illustraties te maken of te zoeken
- je leert 20 nieuwe woorden
- je leert dat zinnen in verschillende tijden kunnen staan:
De voltooide tijd: hiervoor gebruik je “hebben” of “zijn”
De toekomende tijd: hiervoor gebruik je “zullen”

- je leert welke soorten opbouwen je voor een tekst kunt kiezen en je maakt een plan van aanpak
- je leert informatie vast te leggen in een schema of een inhoudsopgave
- je leert dat mensen soms iets anders zeggen dan ze bedoelen of denken. Je leert de begrippen ironie en sarcasme.
- je leert een tekst met een opbouw schrijven 



woordenschat 

Les 1

Les 5

De bijnaam

De concurrentie      

De energie

De lekkernij

De schakelaar

sympathiek

de tatoeage

de traditie
de wielerkoers

virtueel 

 

De abonnee

De bewering

improviseren

irritant

de locatie

(iemand) sparen

Het taboe

de toestemming

voortreffelijk

uitschakelen

deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl