Taal:

Wat leert groep 7 de aankomende weken:

BLOK 2

 

Blok 2

- je leert wat reclame is

- je leert 30 nieuwe woorden

- je leert fotomateriaal, tekeningen en film te gebruiken als je iets vertelt

- je leert wat een bijvoeglijk naamwoord is:

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord (mens, dier of ding).  Bijvoeglijke naamwoorden geven meer informatie over het zelfstandig naamwoord. Ze zeggen bijvoorbeeld iets over de kleur, de vorm, de grootte of wat je van iets vindt:

De brutale, hongerige, bruine beer.

Met bijvoeglijke naamwoorden maak je een tekst spannender.

- je leert een tekst te schrijven aan de hand van een puntenlijstje (de belangrijkste  punten waarover je gaat schrijven)

- je leert een plattegrond en een kaart te lezen

- je leert wat de trappen van vergelijking zijn en hoe je deze kunt gebruiken;

Groot – groter – grootst

Klein – kleiner – kleinst

Weinig – minder - minst

- je leert welke soorten plaatjes je kunt gebruiken bij het schrijven (kijkplaat, foto, dwarsdoorsnede, tekening, strip)

- je leert tekstbordjes lezen

- je leert dat je voorwerpen en proefjes  kunt gebruiken als je vertelt

- je leert dat je zelf bijvoeglijke naamwoorden kunt maken. Veel bijvoeglijke naamwoorden eindigen op –lijk, -isch of –ig:

Oneerlijk, aardig, fantastisch

- je oefent het maken van een werkstuk

 

Woordenschat bij les 1, 5, en 9:

 

Les 1

Les 5

Les 9

De grapefruit

De kerrie

De cacao

De mosterd

De mayonaise

De ketchup

De mountainbike

De hyena

De ingewanden

het kadaver

De opklaring

De windkracht

De neerslag

De motregen

De stortregen

De bries

De windstoot

Het vriespunt

De perioden

De bliksemflits

De juwelen

De alcohol

De ruïne

de puinhoop

het uniform

de generaal

de militair

het klooster

de kapel

onderaards

Wat leert groep 8 de aankomende weken:

BLOK 2

Blok 2

- je leert de betekenis van een woord af te leiden uit schema’s, foto’s, tekeningen en bijschriften

- je leert beeldmateriaal zoeken bij een onderwerp voor  een spreekbeurt. Ook leer je hierin  een keus te maken. Daarnaast leer je een plan van aanpak te maken

- je leert een aantal kenmerken van een zelfstandig naamwoord

- je leert waar je op moet letten als je een omslag maakt voor je werkstuk. Ook leer je hoe je een inleiding moet schrijven

- je leert wat persoonlijke voornaamwoorden zijn:

Ik, me, mij, jij, je, jou, hij, hem, zij, ze, haar, het, wij, we, ons, jullie, u, zij, hun, hen

- je leert aan de hand van beeldmateriaal te vertellen over een onderwerp. Je leert hierbij een plan van aanpak te gebruiken

- je leert wat bezittelijke naamwoorden zijn:

Mijn, jouw, uw, zijn, haar, ons, onze, jullie en hun

- je leert wat vragende voornaamwoorden zijn:

Wie, wat, welke, wat voor (een)

- je leert wat een goede lay-out bij een werkstuk is

 

Woordenschat bij les 1, 5, en 9:

 

Les 1

Les 5

Les 9

De aanvang

De band (muziek)

Bij machte zijn

Het blad (tijdschrift)

Het bordes

Buiten adem zijn

De emigratie

De leeszaal

De lidmaatschapskaart

De recreatiezaal

Actie voeren

Balanceren

Het geslacht

Het gewelf

Groeien

De scholier

Snellen

Sprenkelen

Rouwen

De voortplanting

De afkeer

Beurtelings

De dageraad

Eruitzien om door een ringetje te halen

In rep en roer

Knisperen

Kuieren

Rampzalig

Vakbekwaam

vernemen

deze website is gerealiseerd door schoolwapps.nl